Hoe is solidariteit vandaag in ons studentenleven aanwezig?

‘If a child on the streets who has nothing is willing to share, why are we, who have everything, still so greedy?’. Severn Suzuki vroeg zich dit af in 1992 op de klimaatconferentie in Rio de Janeiro. We zijn 24 jaar later maar daarvoor guller noch verdraagzamer en ook ik vraag me vandaag af: hoe aanwezig is solidariteit vandaag in ons leven?

Verschillende organisaties en goede doelen hebben solidariteit als basisprincipe. Het willen delen met elkaar, samenhorigheid en respect. ‘Het’ omvat niet alleen oude kleren, voedselpaketten en af en toe eens een euro aan die arme bedelaar op straat. Neen, het gaat om momenten van klein geluk zoals een glimlach, een kan-ik-u-helpen-meneer of gewoon een simpele ‘goeiendag’. Velen onder ons steunen een goed doel of doen wel eens aan vrijwilligerswerk. Wat daar gebeurt blijft vaak daar en eenmaal buiten worden de oortjes ingestoken en de paardenbril opgezet. Die ‘rare’ jongen uit de klas wordt genegeerd omdat hij naar een andere genre van muziek luistert en dat meisje met een hoofddoek vertrouw je niet sinds de aanslagen in Brussel. Dan vraag ik me af in welke mate we kunnen spreken over solidariteit Of we het niet gewoon doen om ons geweten te sussen of omdat het mooi zal ogen op ons CV.

Waar trekken we nu de lijn tussen degenen die al dan niet recht hebben op solidariteit?

Is het dan enkel voor de meer kwetsbare groepen? Ben je dan niet solidair wanneer je je buurmeisjes af en toe helpt met hun huiswerk? Akkoord, die arme bedelaar kan mijn euro meer gebruiken dan ikzelf die het hoogstwaarschijnlijk aan iets nutteloos zal uitgeven. Maar moet je deel uitmaken van een minder welgestelde groep vooraleer je recht heb op een solidair gebaar van je medemens? Wanneer we het bijvoorbeeld over armoede hebben is uit onderzoek gebleken dat 1/8 kinderen in België opgroeit in kansarme gezinnen. Wanneer je deze kinderen op de speelplaats ziet rondlopen zijn ze vaak alleen en worden ze nergens bij betrokken. We durven niet verder kijken dan onze neus lang is en zien enkel dat ze een dikke jas hebben voor de winter en boterhammen met kaas eten op school. Het lijkt alsof we geen solidariteit willen tonen aan mensen die onze materiële steun, op het eerste zicht, niet lijken nodig te hebben. Vaak durven we zelfs verwijten naar hun hoofd te slingeren en vooroordelen te vellen. ‘Als ze echt arm waren hadden ze geen kleren’ of ‘Ze stellen zich aan en willen gewoon aandacht’. We beseffen soms niet dat het om veel meer dan dat gaat. Soms is bij hen gaan zitten tijdens de middagpauze genoeg om hun dag te maken. Tegen hen te praten en ondanks de financiële verschillen (die toch niet op ons voorhoofd geschreven staan) gelijkenissen te zoeken.

Wat ik hier vertel is heel idealistisch en, ik geef toe, heel naïef. Het is praktisch onhaalbaar om met iedereen overeen te komen en ze in je vriendengroep op te nemen. De verschillen tussen groepen hebben nu eenmaal altijd bestaan en dat zal ook altijd zo zijn. De uitdaging hierbij is om die verschillen te zien als rijkdom. Iemand met een migratie-achtergrond zijnde ben ik doorheen mijn leven met verschillende sociale klassen in contact gekomen en heb ik verschillende levensverhalen gehoord. Wat mij opviel is dat deze mensen vaak de meest boeiende verhalen te vertellen hebben en door hun situatie ook veel levenswijsheid met zich meedragen. Het is werkelijk een doodszonde om deze mensen de mond te snoeren en ze nooit aan het woord te laten. Door hen een stem te geven en hun hart te laten luchten doen we veel meer dan anderen informeren over hun leefomstandigheden. Je geeft hen ook een succeservaring en het gevoel dat ze deel uit maken van een andere groep. Eén die meetelt.

Zoals ik hierboven aangaf: je moet geen deel uitmaken van een kwetsbare groep om te kunnen genieten van een solidair gebaar. Als extreme consumenten hebben we een overvloed aan luxe waar we niet bij stilstaan. Hierbij denk ik aan meerdere laptops per gezin, kledij dat niet meer wordt gedragen en op zolder wordt bewaard. Ook oud servies, bestek, meubels, etc. wat kotstudenten goed kunnen gebruiken valt hieronder. In Gent bestaan er verschillende minibibliotheken op straat waar je gratis boeken kunt afhalen of inbrengen. Zonder dat er een doelgroep aan verbonden is, kan de gehele samenleving hiervan genieten wat voor het samenhorigheidsgevoel zorgt waar het woordje ‘solidariteit’ ook voor staat.

Waar wij als jeugd meer voor moeten openstaan is elkaar.

Wij zijn wel degelijk de toekomst en hoe onze wereld er binnen x-aantal jaren uit zal zien bepalen wij zelf. We moeten verdraagzamer leren zijn en kritisch blijven wanneer we weer een vooroordeel aan het vellen zijn over iemand. Solidariteit zou één van onze basisbeginselen moeten worden met één uiteindelijk doel: de kloof tussen de verschillende sociale klassen dichten en de verschillen zien als rijkdom waar we van elkaar kunnen leren en van daaruit ontdekken dat we gelijk zijn.

 

Deniza Miftari

Thumb 30159a76afc888e921aa2304c7b0c97994850907