De strijd voor de democratie begint in het klaslokaal
door Student
4 mins
Deel dit artikel
Door Roxana Mînzatu, uitvoerend vicevoorzitter voor Sociale Rechten, Vaardigheden, Hoogwaardige Banen en Paraatheid, en Mattias Tesfaye, minister van Kinderbeleid en Onderwijs van Denemarken en voorzitter van de Raad Onderwijs, Jeugdzaken, Cultuur en Sport (EJCS)
Onderwijs bereidt kinderen en jongeren erop voor om als burgers van Europa aan de democratie mee te kunnen doen. Uitwisselingsprogramma’s als Erasmus+ dragen hier sterk aan bij. Op de EU-jongerenconferentie in Kopenhagen zullen jongeren aan het woord komen over de toekomst van Erasmus+.
In ons hart voelen we ons Europeanen en democraten
We komen uit verschillende delen van Europa, met verschillende culturen. We zijn opgegroeid in verschillende politieke systemen en in verschillende talen en we zijn gevormd door een verschillende geschiedenis. Maar we hebben een sterke gemene deler die ons bindt: in ons hart voelen we ons Europeanen. Nu de spanningen en de onzekerheid in de wereld toenemen, is dit gevoel belangrijker dan het was voor eerdere generaties.
Daarom is burgerschap zo’n belangrijke vaardigheid. We weten allemaal dat geletterdheid, wiskunde, wetenschap en digitale competenties essentiële vaardigheden zijn. Maar iedere jonge Europeaan zou ook moeten leren hoe je op een verantwoorde manier deelneemt aan het maatschappelijk leven, kritisch nadenkt over de wereld om je heen en actief meedoet aan de democratie. Burgerschap is geen optionele extra; het is van cruciaal belang voor onze moderne Europese samenlevingen.
Op dit moment beschouwt 74 % van de mensen in de Europese Unie zichzelf als een EU-burger – dat cijfer was nog nooit zo hoog. Volgens twee op de drie mensen is er meer wat Europeanen bindt dan wat hen scheidt. Dit zijn hoopgevende signalen, maar ze zijn broos. Democratieën zijn niet vanzelfsprekend. In heel Europa zien we tekenen van polarisatie, desinformatie en afbrokkelend vertrouwen in de instituties. Terwijl Europa zijn eigen defensie en beveiliging versterkt, moeten we tegelijkertijd de democratische weerbaarheid vergroten en werken aan een gezamenlijke visie op wie wij zijn. Als we er niet in slagen de volgende generaties de middelen in handen te geven om deze uitdagingen aan te gaan, kunnen we er niet zonder meer van uitgaan dat zij de democratie zullen verdedigen omdat wij dat hebben gedaan.
Burgerschap, en een gedeeld gevoel van Europese identiteit, moeten worden geleerd, getraind en doorleefd. Dit betekent dat we onze jongeren moeten leren vragen te stellen, kritisch na te denken en moeilijke gesprekken aan te gaan, en dat we hun het gevoel moeten geven dat ze deel uitmaken van een groter geheel. Democratie gaat niet alleen over parlementen of rechtbanken. Het gaat ook over een “wij-gevoel”: het gevoel dat wij een geschiedenis, een cultuur en waarden delen, en dat het belangrijk is om die door te geven.
Erasmus+ speelt een cruciale rol
De kiem voor goed burgerschap moet al vanaf jonge leeftijd op scholen worden gelegd. In heel Europa spannen leerkrachten en docenten zich in om hun leerlingen het alfabet, algebra en algoritmes te leren. Met behoorlijke basisvaardigheden komen jongeren verder op school, op het werk en in het leven, of zij nu kapper of cardioloog willen worden. En los van de verschillende onderwijstrajecten, vormen de schoolsystemen van Europa de basis die jongeren in staat stelt analytisch en kritisch te denken, en uiteindelijk als bekwame en zelfverzekerde burgers te functioneren in onze democratieën.
Erasmus+ kan een cruciale rol spelen bij deze ontwikkeling. Het programma Erasmus is een van de grootste en meest aansprekende succesverhalen van Europa. Al meer dan 16 miljoen jongeren hebben aan Erasmus deelgenomen, waardoor verschillende generaties jongeren een echte Europese identiteit hebben gekregen. Het programma gaf vele jongeren nieuwe onderwijsmogelijkheden en veroverde zo hun hart. Zij maakten kennis met verschillende manieren van leven en dompelden zich onder in verschillende culturen, en door deze verrijkende ervaringen werd het wederzijdse begrip tussen de Europeanen versterkt. Ook al eten we andere gerechten en luisteren we naar andere muziek, we delen een aantal gemeenschappelijke waarden. Nu moeten we ervoor zorgen dat het hier niet bij blijft.
Ook nu nog laten veel te veel jongeren de fantastische uitwisselingsmogelijkheden van Erasmus aan hun neus voorbijgaan. Daar moet verandering in komen. We moeten nu een grote stap vooruit zetten. Succesprogramma’s als Erasmus+ moeten doorgaan en een nog grotere rol spelen in de samenleving en in het onderwijs. Een ervaring in het buitenland, al is het maar voor een week, kan het leven van leerlingen voorgoed veranderen. Dat geldt zeker voor kinderen die anders misschien wel nooit buiten hun eigen stad of land komen. Dit kan zelfs al op de basisschool. Het kan hun blik verruimen, hun nieuwsgierigheid aanwakkeren en hun het belangrijke gevoel geven dat zij Europeaan zijn. Wij hebben een duidelijke visie: alle kinderen in Europa, ongeacht hun afkomst of achtergrond, verdienen een kans om te ontdekken dat zij met Europa verbonden zijn. Niet alleen via hun paspoort, maar ook via hun hart. Het volgende Erasmus+-programma zal daar een belangrijk onderdeel van zijn.
Jongeren komen samen op de EU-jongerenconferentie in Kopenhagen
Van 21 tot 23 september komen jongeren uit heel Europa in Kopenhagen bijeen voor de EU-jongerenconferentie, een hoeksteen van de EU-jongerendialoog. Het thema van dit jaar – de toekomst van Erasmus+ – raakt aan wat voor Europese jongeren het allerbelangrijkste is: kansen krijgen, niemand uitsluiten en erbij horen. Zij weten beter dan wie dan ook welke obstakels zij moeten overwinnen en welke ambities zij hebben voor de toekomst. Daarom moeten beleidsmakers niet alleen naar hen luisteren, maar ook bereid zijn in actie te komen.
Geld en gevechtstroepen volstaan niet om Europa te verdedigen. Europa moet ook leven in het hoofd en het hart van de mensen. Om onze toekomst veilig te stellen moeten niet alleen onze grenzen worden beschermd, maar ook onze waarden: democratie, solidariteit en vrijheid. Dit werk begint in klaslokalen, met uitwisselingsprogramma’s en bij de dagelijkse ervaringen die ervoor zorgen dat jongeren zich een deel van Europa voelen. De volgende generatie zal Europa alleen verdedigen als zij het gevoel heeft dat Europa van hen is. Laten wij daarvoor zorgen.





